Met de cursisten op bezoek bij het Pennywafelhuis

Je kunt iemand niets leren als er geen begrip is

25 september 2019

Vandaag ben ik uitgenodigd bij Stichting TAAT. Zij geven taallessen aan anderstaligen die al langere tijd in Nederland wonen, met als doel dat de cursisten zich kunnen redden in de maatschappij. Ze helpen hen op weg naar buurtactiviteiten en naar (vrijwilligers)werk. Het basisidee achter de lesmethodiek is: Je kunt iemand niets leren als er geen begrip is. Dus ze gaan niet verder met de lesstof totdat de cursist alles begrijpt. Ze gebruiken hiervoor de technieken TPR en TPRS*.

Pilot
Met 16 cursisten zijn ze in maart begonnen met een pilot van 20 weken. Docent Inge geeft aan dat deze groep al heel ver is vergeleken met de groep die ze pas gestart is op het TEC. De meesten van hen hebben in de tussentijd al werk of vrijwilligerswerk gevonden! Wat me jammer voor de groep lijkt, is dat zij niet meer aan de lessen deelnemen. Voordeel voor hen is, zij leren in de praktijk.

Vraag- en antwoordspel
De les is al begonnen als ik binnenkom. Op het bord zie ik allerlei begrippen staan die met het ziekenhuis te maken hebben: gynaecoloog, laboratorium, internist, fysiotherapie, verloskundige etc. Docent Inge neemt alle woorden nog eens met de cursisten door. Ze leren wat een specialist is en bij wie je met welke klacht moet zijn. De ervaringen van de cursisten vormen daarbij de leidraad. Adam is pas vader geworden. “Wie was er bij jullie thuis toen de baby geboren was”, vraagt Inge, “de kraamverzorgster of de verloskundige?” “Kraamverzorgster”, roept een ander voor zijn beurt. “Kraamverzorgster”, herhalen de anderen. “Drie dagen”, zegt Adam. Op deze manier, met een soort vraag- en antwoordspel, worden alle begrippen besproken en meerdere malen herhaald.

Rollenspel
Gelachen wordt er wanneer een rondvraag gedaan wordt naar de klachten die de cursisten ervaren. Iedereen blijkt last van zijn schouder te hebben, inclusief ikzelf! Een mooi bruggetje om een ‘verhaal’ te gaan maken. “We gaan een verhaal maken”, zegt Inge tegen de groep, “Wie wil er in het verhaal spelen?” Sajiah wil wel meedoen met het rollenspel. Of ze een man of vrouw wil spelen, is de vraag. “Een vrouw”, lacht ze. De anderen mogen een naam voor haar verzinnen, “Hajat” wordt het, wat ‘leven’ betekent volgens een van de cursisten.

Inge schrijft de zinnen die het verhaal maken op het bord. De zinnen worden hardop herhaald door de cursisten. Er is een vrouw. Zij heet Hajat. Hajat heeft schouderpijn. Ze gaat naar de huisarts.
Het gesprek bij de ‘huisarts’ wordt middels een rollenspel nagespeeld. Alle relevante begrippen die van tevoren besproken zijn, komen erin terug. Het valt me op dat Sajiah heel goed aan de dokter kan uitleggen wat er aan de hand is: “Dokter, ik heb schouderpijn, ik ben al naar de fysiotherapeut geweest, maar niets helpt. Ik wil een verwijsbrief voor het ziekenhuis.

Pop-up grammatica
Inge neemt tussendoor even de tijd voor wat grammatica. “Als je iets vertelt over iemand anders, kun je dat zo doen”, legt ze uit. “Hajat zegt dat zij schouderpijn heeft.” “De dokter zegt dat hij een verwijsbrief geeft.” Om beurten mogen ze een zin maken. De volgorde is soms nog lastig, maar samen komen ze er wel uit. “Het is belangrijk om grammatica wanneer het nodig is aan bod te laten komen, als een pop-up.”, legt Inge aan me uit. “De nadruk ligt op het verwerven van de taal, we gebruiken dan ook vrijwel meteen de voltooide tijd in onze lessen, omdat dat is hoe wij in Nederland praten.” “Wat heb je gisteren gedaan?” is een goed voorbeeld hiervan.

Het verhaal wordt afgemaakt. Zelfs de orthopeed komt aan bod als specialist waar je met je schouder terecht kan. Inge leest het hele verhaal zin voor zin voor en de cursisten herhalen het. Op het moment dat een zin echt betekenis voor iemand heeft, hoor ik het verschil. Wat mooi om te merken!

Zelfstandig naar de dokter
In de koffiepauze spreek ik de enthousiaste Sajiah over de taallessen. Ze komt uit Afghanistan en is al lang in Nederland. Toen ze hier kwam, heeft ze ook al taalles gehad, maar dat vond ze veel te moeilijk. En toen ze kinderen kreeg, is ze ermee gestopt. Bij TAAT heeft ze nu al zoveel geleerd dat ze zelfstandig naar bijvoorbeeld de dokter kan gaan én ze kan haar kinderen verstaan als die Nederlands met elkaar praten. Ze noemt als voorbeeld de zinsopbouw die ze geleerd hebben op een visuele manier, met voorwerpen. Eerst ‘wie’, dan het werkwoord, dan de tijd, de plaats en de rest.

Cursisten aan het werk

Rechterhand op je linkeroor
Na de koffie, geeft Maria, een docent van een andere taalschool, die zich de lesmethodiek wil eigen maken, een oefening met TPR: zij zegt iets en de cursisten doen dit na. “Leg je handen op je buik, leg je handen op je knieën.” Dat gaat goed. Als ze er daarna links en rechts bij betrekt, wordt het lastiger. Je ziet ze nadenken en zoeken met hun handen: “Leg je rechterhand op je linkeroor.” Het neemt sommigen helemaal in beslag. De sfeer is goed, merk ik, ze voelen zich veilig om te proberen en fouten te maken.

Vrijwilligers
De vacatures voor vrijwilligers die wij momenteel voor TAAT online hebben staan, zijn niet specifiek gericht op taal. Hun taak is het begeleiden van individuele cursisten naar hun activiteiten of het doen van activiteiten met hen. Hiermee wordt hun taalontwikkeling vanzelf gestimuleerd en leren ze Nederlands te gebruiken in een context die voor henzelf relevant is. Integreren gaat natuurlijk om meer dan alleen taal.
Zodra de pilot beëindigd is, wordt er een cursus ontwikkeld. Aan professionals, vrijwilligers en mensen die met de doelgroep werken wordt de methodiek dan gedemonstreerd.

Wat vind ik het jammer dat ik na een dik uur alweer moet gaan, ik ben heel blij geworden van de sfeer, de manier van lesgeven en de interactie met de cursisten! Ik kom graag nog een keer terug.

Wil je meer lezen over Stichting TAAT, dat kan hier. Ben je benieuwd naar de vacatures, kijk dan op onze website.

Sacha de Koning
Consulent vrijwilligerswerk


*TPR en TPRS: Wat is dat?
Via de techniek TPR wordt het begrip overgebracht. Daarna worden de onderlinge verbanden aangebracht door samen met de cursisten verhalen te maken. TPRS.

  • TPR betekent letterlijk Total Physical Response. Ofwel: Je doet de taal. Je reageert met je hele lichaam en onthoudt zodoende woorden en begrippen veel beter.
  • TPRS =Teaching Proficiency through Reading and Storytelling = bekwaamheid aanleren door lezen en verhalen vertellen.

Inge heeft een persoonlijke website waarop je nog meer informatie hierover kunt vinden.

Werkstukken van de cursisten